Ambacht

Jeanny Bouwen

In 2000 vlocht ik mijn eerste mandje vanuit een boek dat ik vond in de bibliotheek. Van in het begin was ik gebeten door het materiaal en ging al snel op zoek naar het echte vakmanschap. Jan De Vos en José Schilder van mandenmakerij 'de Mythe' brachten mij dit vakmanschap bij, zowel op gebied van de ideale vlechtwilg kweken als de techniek van het vlechten. Ik heb tijdens al die jaren mijn kennis en vaardigheden steeds aangescherpt. Velen wakkerden mijn passie aan.


In 2013 startte ik mijn eigen onderneming en opende Mandenmakerij 'de Ratelaar' haar deuren.


Het is al jaren duidelijk dat onze zoon deze passie deelt. Op zijn vijfde maakte hij zijn eerste eigen mand. Maar zijn echte passie ligt bij het fijnscheenwerk. Door zijn enthousiasme hebben we samen een tweejarige opleiding gevolgd bij Esmé Hofman van 2019 tot 2021. Dit geeft een extra dimensie aan onze werkplaats. We dromen ervan om de toekomst samen verder uit te bouwen.


Onze mandenmakerij wil een geborgen plaats zijn voor wilg, mens en ambacht. Het is een warme plaats waar je wilg kan ruiken en voelen. Deze wilg nodigt je uit om je soepel op te stellen tegenover onze huidige consumptiemaatschappij. Wij zien het als onze missie om op deze manier, met veel respect voor de oude technieken, een transitie te maken naar de toekomst.


Inmiddels deel ik deze passie via mijn manden, workshops, demonstraties, in het open lucht museum Bokrijk,…

Leertrajecten

Kennis uitdragen en eeuwenoude technieken niet laten verloren gaan, acht ik belangrijk voor de toekomst, vandaar mijn engagement voor leertrajecten.

De leerlingen zullen verschillende traditionele manden en vlechttechnieken leren lezen en begrijpen. Er wordt van de leerlingen maandelijks meerdere dagen tijd gevraagd voor het zelfstandig inoefenen van de aangeleerde vlechttechnieken. De leerling ontwikkelt hierdoor een automatisme voor het inzetten van de juiste technieken en leert door herhaalde oefeningen vormvast maatwerk te vlechten volgens de regels van de kunst.

Om duurzaam vlechtwerk te kunnen doorgeven aan toekomstige generaties is er kennis nodig van een milieuvriendelijke wilgenteelt. Met een grondige kennis van de juiste soorten vlechtwilgen, de teelt- en oogsttechnieken, de sorteer-, droog- en verwerkmethoden leren leerlingen zich voorzien van eigen, lokale, ecologische wilg.

Wilgenteelt

Wij zorgen dat onze manden een ecologisch waardevol product zijn. Daarom kweken wij onze eigen wilg, zonder enige vorm van sproeimiddelen. Ook de oogst en verwerking gebeurt volledig handmatig.


Wij telen vier verschillende soorten die bij het indrogen een warme kleurnuance geven. De eenjarige twijgen worden gesnoeid in de winter als het blad gevallen is. Daarna volgen vele sorteerdagen. We sorteren op bruikbaarheid, dikte, lengte en zorgen dat elke soort zorgvuldig samen blijft. De gesorteerde bossen gaan dan op de droogzolder. Het droge, zorgt voor de natuurlijke krimp van het hout. Als we dan willen gaan vlechten ga ik uitsorteren per mand en dit gaat dan voor twee weken in de weekbak.


Een deel van de twijg wordt ook geschild. Dit gebeurt in het voorjaar als de sapstroom terug op gang gekomen is. Hierbij gebruiken we een vilijzer. Wit materiaal wordt nog deels aangekocht. Alleen voor het fijnscheenwerk schillen we alles zelf. Ook geschilde twijg wordt geweekt voor je gaat verwerken. De weektijd is veel korter dan bij ongeschild materiaal. Na het weken van het materiaal kan een mand vorm krijgen!